Diana gaf Penny een beetje laat te eten. Maar Penny klaagde niet. Ze was in een soort droomtoestand en glimlachte in zichzelf, glimlachte tegen haar eigen waanbeelden.
De badkamer stonk naar poep. Penny zat op een plastic gymmatje op de tegelvloer, met haar kromme benen voor zich uit.
‘Zeg, wil je even douchen?’ vroeg Diana.
Penny gaf geen antwoord en giechelde naar iets wat Diana niet kon zien.
Diana bukte zich en tikte op haar schouder. Ze moest het een paar keer doen voor Penny’s starende ogen zich op Diana richtten.
Penny lachte. ‘O, dat ben jij echt, hè?’
‘Echter word ik niet,’ antwoordde Diana.
‘Is het voedertijd?’
‘Hier is je eten. Maar ik dacht dat je misschien ook wel onder de douche of in bad wilde. Ik kan je helpen.’
‘Omdat ik naar een riool stink? Daarom?’
‘Ja,’ zei Diana bot. Zonder op een antwoord te wachten liep ze naar de badkuip, een enorm, ovalen geval, een en al roze marmer.
Diana wist niet hoe lang ze nog water zouden hebben. Maar nu was er water en het was zelfs warm. Er lag een hele voorraad luxe badparels, badzout en shampoos. Ze gooide een paar badblokjes in het water.
Penny had niet veel aan, alleen een vies geel topje en een roze korte broek vol vlekken. Ze droeg twee paar sokken over haar gebroken enkels.
‘Heb je veel pijn?’ vroeg Diana.
‘Ja. Voelt een beetje alsof iemand mijn benen, enkels en voeten heeft gebroken. Ik laat je wel even zien hoe het voelt.’
Plotseling stond er een stel woeste, razende honden in de kamer. Hun ogen waren rood, hun adem dampte en ze hapten naar Diana, klaar om zich op haar te storten en haar aan stukken te scheuren.
Toen waren ze weer weg.
‘Zo dus,’ zei Penny, vol boosaardige vreugde om de manier waarop Diana was teruggedeinsd en naar het waanbeeld had geslagen.
Diana vermande zich. Als ze boos werd zou Penny zich alleen maar machtiger voelen.
‘Sorry,’ zei Diana omdat ze niet wist wat ze anders moest zeggen. ‘Eet maar iets, dan laat ik het bad vollopen.’
‘Je hoeft niet te blijven. Ik kan mezelf wel in bad tillen.’ Ze schepte met haar hand wat spaghetti en gehaktsaus in haar mond.
‘Straks verdrink je.’
‘Ja, dat zou echt verschrikkelijk zijn, hè?’
Diana gaf geen antwoord. Penny’s toekomst bestond uit louter pijn. Haar benen waren onmogelijk te genezen zonder Lana, en de pijn kon alleen bestreden worden met paracetamol en ibuprofen. Alsof je een bosbrand probeerde te blussen met een waterpistool.
‘Je hebt in elk geval je gave nog,’ zei Diana.
‘Ja. Te gek. Echt superfijn. Alsof ik mijn eigen, verschrikkelijk slechte bioscoop heb. Wil je weten wat ik zag toen jij binnenkwam?’
Diana wist vrij zeker dat ze dat niet wilde.
‘Ik was monsters met scherpe tanden aan het maken. Een soort vampiers denk ik, maar dan wolfachtig, als een soort hondsdolle vleermuizen, als die enge beesten die in de diepzee leven en die je altijd op plaatjes ziet. En weet je wat ze aan het doen waren?’
‘Ik zal je helpen om je broek uit te trekken.’
Diana knielde en trok Penny’s korte broek over haar dijen. Heel behoedzaam, zo voorzichtig mogelijk. Maar Penny slaakte alsnog een hoge, sidderende kreet van pijn.
‘Ze waren jou aan het verslinden, Diana,’ hijgde Penny met opeengeklemde tanden. ‘Ze vielen je van alle kanten aan en deden alle afschuwelijke dingen met je die ik maar kon bedenken.’
‘Doe je armen omhoog.’
Diana trok het shirt niet al te zachtzinnig over Penny’s hoofd.
‘Jou in mijn hoofd te zien gillen helpt om zelf niet te gillen,’ zei Penny.
‘Als het maar werkt,’ zei Diana.
Ze stak haar arm onder die van Penny, bukte zich diep en tilde haar op. Het meisje was niet zwaar. Eten had weinig verbetering gebracht in Penny’s graatmagere catwalkmodellenfiguur.
‘O, o, oooo,’ snikte Penny toen Diana haar optilde.
Diana zette Penny op de rand van de badkuip en strekte onhandig haar arm uit om de kraan uit te zetten.
‘Caine zou dit veel makkelijker kunnen doen,’ zei Penny. ‘Maar dat wil hij niet, hè? Hij heeft geen zin om hierheen te komen en te zien wat hij heeft aangericht. Niet de machtige Caine.’
Diana draaide Penny opzij om haar gewicht grotendeels te kunnen dragen en liet haar met haar billen in het warme water zakken. Haar kromme pijpenragerbenen bleven achter en gleden toen achter de rest van haar lichaam aan het bad in.
Penny gilde het uit.
‘Sorry,’ zei Diana.
‘O, het doet pijn, pijn, het doet zo’n pijn!’
Diana deed een stap achteruit. Penny zweette en was nog bleker dan eerst. Maar ze gilde niet meer. Ze lag met haar rug tegen de rand van het bad, tot haar borst in het schuimende water.
‘Er is een douchekop. Ik zal je haar wassen.’ Diana draaide de knop om, testte de watertemperatuur en ging met de straal over Penny’s futloze haar.
Ze masseerde de shampoo erin tot het schuimde.
‘Net als bij de kapper,’ zei Penny.
‘Ja. Waar ik waarschijnlijk nog wel eens kom te werken,’ zei Diana.
‘Neuh, jij niet, jij bent veel te slim,’ zei Penny. Ze had haar ogen dichtgedaan. Diana spoelde de shampoo van Penny’s gezicht en nek. ‘Mooi en slim en nu heb je Caine helemaal voor jezelf alleen, hè?’
Diana zuchtte. ‘Ik ben een loser, Penny. Net als jij.’
Caine stormde naar binnen. Hij keek verbijsterd. ‘Ik hoorde gegil.’
‘O, sorry hoor,’ snauwde Penny. ‘Hopelijk heb ik je niet wakker gemaakt, vieze vuile…’
‘Alles oké?’ vroeg Caine aan Diana.
‘Met haar gaat alles perfect,’ zei Penny. ‘Perfect haar, perfecte tanden, perfecte huid. En ze heeft benen die het doen, dat is pas echt cool.’
‘Ik ga weer,’ zei Caine.
‘Nee,’ zei Diana. ‘Je moet me helpen om haar eruit te tillen.’
‘Ja, Caine, wil je me niet in mijn blootje zien? Ik ben nog steeds best sexy. Als je niet op mijn benen let. Gewoon niet naar kijken. Want anders word je misselijk.’
Tot Diana’s verbazing zei Caine: ‘Zeg maar wanneer.’
Diana trok de stop uit het bad.
‘Waarom vermoord je me niet gewoon?’ wilde Penny weten. ‘Je weet dat je het vroeg of laat zult doen, Caine. Je weet dat je niet eeuwig voor me kunt blijven zorgen. Je wilt me vermoorden, geef maar toe.’
Diana zocht naar een bevestiging in Caines ogen, maar ze vond niets. Op sommige momenten wist ze zeker dat ze er menselijk fatsoen in zag. En op andere momenten waren zijn donkere ogen zo meedogenloos als van een haai.
‘Goed, til haar maar op,’ zei Diana.
Caine kwam dichterbij en hief zijn handen. Penny steeg op uit het water als een soort afschuwelijke parodie op een opduikende dolfijn. Ze kwam omhoog en het water viel en de zeepbellen gleden van haar lijf.
Diana pakte de douchekop en spoelde Penny af terwijl ze een meter boven het bad hing. Het water op haar benen was genoeg om Penny knarsetandend in elkaar te laten krimpen van de pijn.
Diana spreidde een schone handdoek uit op het matje en Caine zette Penny langzaam neer. Voorzichtig.
‘Ik kan je de ene nachtmerrie na de andere bezorgen,’ zei Penny tegen Caine. ‘Ik kan je laten gillen zoals ik zelf gil.’
‘Maar dan zou ik je vermoorden, Penny,’ zei Caine kil. ‘En volgens mij ben je nog niet klaar om te sterven.’
Albert staarde naar het grootboek alsof hij daarin een oplossing voor zijn zorgen zou vinden. Maar het was juist de oorzaak van zijn zorgen. De kolommen waar hij normaal gesproken invulde hoeveel groente er van de velden kwam, hoeveel duiven of meeuwen Brianna had gevangen, hoeveel ratten er aan hem verkocht waren, de hoeveelheid vogels, wasberen, buidelratten, eekhoorns en herten die door Hunter waren afgeleverd, waren vandaag allemaal leeg gebleven.
Albert hielp zichzelf herinneren dat hij iemand naar de haven moest sturen om de gevangen vis op te halen. Hij had het al eerder moeten doen, maar het was een hectische dag geweest. Misschien kon hij Jamal sturen. Over Jamal gesproken, waar hing die jongen uit? Hij had bij zonsondergang terug zullen zijn en het was ondertussen al veel later.
Albert zei tegen zichzelf dat hij niet moest vergeten om Dahra een aardigheidje te geven als beloning voor haar snelle denkwerk. Als Quinn en zijn mensen door deze griep geveld zouden zijn, was de situatie nog uitzichtlozer geweest.
Albert had een bladzijde voor water. Flessen water die in huizen of auto’s waren gevonden: al dagenlang niets. Door de vrachtwagens aangevoerd water: al een dag niets.
Zomaar ineens, van het ene op het andere moment, was Perdido Beach van een stad die zichzelf op een heel, heel basaal niveau kon bedruipen, in een rampgebied veranderd.
Albert keek de kamer rond. Zijn aangeboren behoedzaamheid was de laatste tijd opgeschoven richting paranoia. Het huis was leeg – zelfs het dienstmeisje was weg. Maar wat hij ging doen zou lastig worden als iemand het zag: hij deed zijn bureaula open en haalde er een fles water uit.
Het maakte een knappend geluid toen hij de sluiting rond de dop van de fles bronwater lostrok. Hij nam een paar grote slokken, sloot de fles toen weer zorgvuldig af en verstopte hem weer.
Hij sloeg het grootboek dicht. Er viel niets te noteren in de inkomstkolommen.
Toen een onmiskenbaar geluid: brekend glas.
Albert verstijfde. Het geluid had heel dichtbij geklonken. De keuken?
Hij aarzelde even terwijl hij bliksemsnel zijn opties overwoog. Toen stak hij zijn hand onder het bureau, voelde even rond en vond het pistool dat met plakband tegen de onderkant van het blad was geplakt.
Er ging een deur open. Hij hoorde het geluid en voelde de luchtstroom veranderen. Hij duwde zijn stoel naar achteren en probeerde het plakband los te rukken zodat hij het pistool goed kon vasthouden, zoals Edilio hem had geleerd, maar hij was te langzaam, te laat, en ze stonden al in de kamer tegenover hem.
Turk, Lance, Watcher en Raul. Allemaal gewapend.
Watcher, een stille jongen van elf die betrapt was op diefstal, was degene die met een koevoet tegen zijn knie sloeg.
‘Aaah!’ Zo’n harde klap was het niet geweest, maar de pijn schoot door zijn been en heel even kon hij nergens anders meer aan denken. Hij had nog nooit zo veel pijn gehad. Zijn enkel en voet tintelden alsof hij op een openliggende elektrische leiding was gestapt.
‘Pak hem!’
‘Ja!’
‘Geef hem nog een mep!’
‘Nee!’ schreeuwde Albert, maar de volgende klap kwam van Turk, die de kolf van zijn geweer in Alberts gezicht beukte. Er stroomde bloed uit zijn neus. Dit was eerder verlammend dan pijnlijk. Zijn gedachten werden verscheurd, bestonden alleen nog maar uit losse flarden.
‘Wa…?’ zei hij.
Zijn pistool, weg. Waarheen? Hij kneep in zijn hand, bleef daar even stompzinnig staan, begreep niet hoe…
Turk pakte hem bij zijn nek en sloeg hem met zijn gezicht tegen het grootboek. Ergens heel ver weg maakte een deel van Albert zich zorgen dat het bloed uit zijn neus de bladzijden in zou sijpelen en ze onleesbaar zou maken.
Hij kreunde toen iemand hem in zijn rug en zij stompte en zijn gezicht ruw over het grootboek wreef.
Turk trok hem naar achteren en duwde hem tegen de muur. Alberts benen begaven het onder hem en hij viel op zijn billen.
Ze stonden met z’n vieren over hem heen gebogen. Albert wist dat hij huilde en bloedde. En hij wist dat deze bullebakken genoten van zowel zijn bloed als zijn tranen.
‘Wat willen jullie?’ vroeg hij brabbelend, en hij besefte dat er een afgebroken tand in zijn tong stak.
‘Wat we willen?’ vroeg Turk spottend. ‘Alles, Albert. We willen alles.’
Nadat ze Penny had gewassen, had Diana het gevoel dat ze zelf ook wel een douche kon gebruiken.
Ze waste haar haar. Gebruikte een crèmespoeling. Ze schoor haar benen en oksels. Heel normaal. Alsof ze thuis was. Behalve dan dat de enge vriendjes van haar moeder niet naar binnen slopen om naar haar te gluren terwijl ze net deden alsof ze op zoek waren naar een paracetamol of zoiets.
Met grote tegenzin zette ze de douche uit. Ze kon eeuwig onder de straal blijven staan, maar in haar achterhoofd wist ze dat ze allemaal eten verspild hadden tot ze verhongerden. Ze had een harde les geleerd wat verspilling betrof.
Ze sloeg een van de zachte handdoeken om zich heen en poetste haar tanden.
Ze liep naar haar bed en zag dat Caine op haar wachtte. Hij stond er ongemakkelijk bij en beet op zijn duimnagel.
‘Napoleon?’ vroeg ze.
‘Nee,’ zei hij met zijn ogen op de grond gericht.
‘Ja ja.’
‘Ik heb geholpen met Penny.’
‘Ja, dat klopt. En je hebt maar één keer gedreigd haar te vermoorden.’
Een zweem van een glimlach. ‘Dat zou Sam zelfs gedaan hebben.’
Diana liep naar hem toe. Ze raakten elkaar niet aan, maar ze stonden slechts een paar centimeter uit elkaar. Zo dichtbij dat Diana zijn adem over haar gezicht voelde strijken.
‘Waarom heb je me gered?’ vroeg Diana.
Caine haalde diep adem om rustig te worden, alsof hij zich klaarmaakte om in een zwembad te duiken. ‘Omdat ik…’ Hij zweeg, knipperde met zijn ogen, leek verbaasd over de woorden die uit zijn eigen mond kwamen. ‘Wat zou ik zonder jou moeten? Hoe zou ik zonder jou kunnen leven? Daarom.’
‘Daarom?’
‘Omdat ik niemand nodig heb, behalve jou.’
Diana keek hem sceptisch aan. Was hij veranderd? Een heel klein beetje misschien? Of was hij haar gewoon aan het manipuleren?
Ze zou er misschien wel nooit achter komen. Maar op dat moment wist ze ook dat dit het enige was wat ze uit hem zou kunnen krijgen. En ze wist dat het genoeg was. Omdat ze hem niet zou afwijzen.
Ze pakte zijn hoofd met beide handen vast en trok hem naar zich toe. Ze kuste hem hard. Het was een hongerige, hunkerende, wilde kus. Geen tijd om adem te halen, geen tijd om teder te zijn, geen tijd voor nog meer stomme vragen of twijfels.
Diana deed een stap achteruit, wikkelde de handdoek los en liet hem vallen.
Caine maakte een geluid als een stikkend dier.
Ze gaf hem een harde duw. Hij viel met zijn rug op het bed.
Hij begon aan zijn shirt te sjorren, probeerde het uit te trekken.
‘Nee, dat doe ik wel,’ zei Diana. ‘Ik doe alles wel.’